Naar Sectie Zuurdesembrood Bakken

Starter Zuurdesembrood Maken: Zelf je eigen zuurdesemstarter opkweken

 

Er gaat niets boven de geur en het knisperende geluid van vers brood dat net uit de oven komt. Bij Korenmolen De Lelie delen we die liefde voor écht ambachtelijk brood. Met pure ingrediënten en traditionele methodes laten we zien hoe jij zelf aan de slag kunt.

Veel thuisbakkers starten met droge gist, maar steeds meer mensen kiezen voor zuurdesem - vanwege de diepere smaak, betere structuur en lange houdbaarheid van het brood. De basis van élk zuurdesembrood is een actieve zuurdesemstarter (ook wel desem of levain genoemd).

Zelf een zuurdesemstarter maken is eenvoudiger dan je denkt: je hebt maar twee ingrediënten nodig een beetje geduld en 5-10 minuten per dag. Na 7–14 dagen (soms wat langer) heb je je eigen levende cultuur waarmee je heerlijke broden kunt bakken.

Belangrijk om vooraf te weten:

·      Voorbereidingstijd: minimaal 7 dagen, vaak 10–14 dagen voordat hij echt krachtig is. Het feitelijke werk is slechts 5 minuten per dag.

·      Temperatuur: bewaar de starter consequent tussen 20–25 °C (ideaal 22–24 °C). Schommelingen vertragen het proces flink.

·      Kies één methode en wissel niet halverwege van voeding of verhouding; dat verwart de cultuur.

·      Gebruik bij voorkeur biologisch volkoren roggemeel voor de start: het bevat veel meer natuurlijke micro-organismen en enzymen → fermentatie gaat sneller en betrouwbaarder.

·      Na de opstartfase kun je overstappen op (biologische) tarwebloem voor een mildere smaak.

 

Wat heb je nodig?

·      Keukenweegschaal (nauwkeurig tot op de gram).

·      Glazen pot met wijde opening (liefst 500–1000 ml, schroefdop of weckpot).

·      Schone lepel of spatel.

·      Elastiekje of watervaste stift (om hoogte te markeren)

·      Roggemeel (100% volkoren, biologisch) + lauwwarm water (ca. 25–28 °C, geen kraanwater met chloor als je twijfelt → even laten staan of gefilterd water).

Stap-voor-stap: je eigen zuurdesemstarter maken

 

Dag 1 – De start:  

·      Meng 50 gr roggemeel en 50 gr lauwwarm water tot een glad, dik beslag (pannenkoekdeeg-achtig).

·      Doe in de schone pot, markeer het niveau met een elastiekje of stift.

·      Dek losjes af (deksel niet vastdraaien, of doekje/erover) → er moet lucht bij kunnen.

·      Zet op een warme plek (20–25 °C, geen direct zonlicht).

 

Dag 2:

·      Je ziet waarschijnlijk nog weinig activiteit – dat is normaal.

·      Gooi alles weg, behalve 50 g starter.
Voeg toe: 50 g roggemeel + 50 g lauwwarm water.

·      Goed roeren, terug in de pot, niveau markeren, weer op dezelfde plek zetten.

 

Dag 3 t/m 7:

·      Herhaal elke dag exact hetzelfde: 50 g starter overhouden, rest weggooien (“discard”).

·      50 g roggemeel + 50 g lauwwarm water erbij.

·      Roeren, afdekken, markeren.

·      Rond dag 3–5 zie je vaak de eerste bubbeltjes, een zurige geur (appelig, bierachtig, soms even aceton-achtig) en rijzing (soms verdubbelt hij al even, soms zakt hij weer in). Dat is goed: het leven komt erin!

 

Dag 8 en verder – wanneer is hij klaar?

Je starter is klaar om brood mee te bakken als hij aan deze kenmerken voldoet (meestal na 7–14 dagen):

·      Hij verdubbelt (of meer) in volume binnen 4–8 uur na voeden

·      Veel bubbels aan de zijkant en bovenkant, luchtig en soepel van structuur

·      Drijftest: Neem een theelepel starter (niet roeren vlak ervoor) en laat vallen in een glas water. Blijft hij drijven? Dan is hij actief genoeg om te bakken!

·      Als hij na dag 8–10 nog niet verdubbelt of niet drijft: gewoon doorgaan met dagelijks 1:1:1 voeden (50 g starter + 50 g meel + 50 g water). Soms heeft hij 2–3 weken nodig, vooral als het kouder is in huis.

 

Extra tips voor succes:

·      Gooi de discard (niet gebruikte deel van de starter) niet altijd weg: maak er crackers, pannenkoeken of “discard-wafels” van.

·      Ruikt hij ineens heel vies (rotte appels, nagellakremover-extreem, of er zit schimmel op)? Begin dan opnieuw – dat is zeldzaam als je hygiënisch werkt.

·      Zodra hij actief is: je kunt overstappen naar 100% tarwebloem (of mix) als je een milder zuurdesembrood wilt.

·      Onderhoud: Voed dagelijks als je vaak bakt. In de koelkast? 1× per week voeden volstaat.

Wil je meteen aan de slag met bakken?

Bekijk ons favoriete basisrecept voor zuurdesembrood of kies een super beginner-vriendelijk recept op de site. Opmerking: ons basisrecept voor zuurdesembrood begint met het activeren van de starter nadat deze in de koelkast is bewaard. Is de starter al actief dan kan je de eerste stap overslaan. Veel bakplezier! 🌾🍞 Heb je vragen tijdens het proces? Laat het ons weten.


ZUURDESEMBROOD BAKKEN

We beschrijven hier een methode om je eigen zuurdesembrood te bakken.
Online kun je vele voorbeelden, video’s en recepten vinden waar je zelf mee kunt experimenteren, maar we beginnen met een basis. Deze basis is gebaseerd op het boek “een boek over brood” van Issa Niemeijer-Brown een ambachtelijke bakker uit Amsterdam. Hoe er dat in de praktijk uitziet lees je hieronder.

 

Wat heb je nodig?

·       Kom, lepel (spatel), broodmesje en een (thee)doek)

·       Rijsmandje en idealiter een broodbakpan of Dutch oven

·       Een broodzak om je brood in te bewaren.

Ingrediënten (voor het brood zelf)

440 gram (biologische) tarwebloem, 225 gram desem, 240 gram lauwwarm water, 12 gram zout.

 

Bereiding

Alle voorbereidingen, inclusief rusten en rijzen duren ongeveer 8-10 uur op dag 1: doorlooptijd; feitelijke werk niet meer dan een uurtje, maximaal. Gevolgd door een lange koelkast-rijstijd. Bak op dag 2. Houd rekening met het starttijdstip. Stel, je wil op zaterdagochtend een vers zuurdesembrood kunnen bakken, hoe pak je dit aan?

 

Starter activeren (dag 1)

1.    Je hebt een starter in de koelkast. Vrijdagochtend doe je 75 gram starter in een kom en je voegt daar 75 gram tarwebloem en 75 gram water aan toe en mengt goed.

2.    Zet weg en weet dat bij een temperatuur van 26 graden het proces sneller gaat dan bij 22 graden.

3.    Check na 4-6 uur of hij verdubbeld is en bubbelt (piekactiviteit). Gebruik hem op zijn hoogtepunt voor het mengen.

Autolyse en zout (dag 1)

1.    Na gemiddeld 6 uur ga je het meel en water aan je dan actieve starter toevoegen en rustig mengen met spatel of lepel (1 à 2 minuten).

2.    Zet je kom afgedekt met een doek weg bij een temperatuur van 22-25 graden (deze fase heet autolyse). Autolyse met desem start de fermentatie. Het deeg wordt soepeler en de gluten ontwikkelen zich vanzelf door hydratatie.

3.    Na een half uur ga je het zout toevoegen. Leg je deeg op je werkblad (aanrecht) op een beetje bloem en maak het deeg voorzichtig wat platter en verdeel het zout over het deeg.

4.    Kneed het zout er vervolgens rustig door (1 à 2 minuten).

Bulkfermentatie (dag 1)

1.     Doe je deeg licht bebloemd terug in je kom en zet die gedurende drie uur afgedekt weg.

2.     Ideaal is de deegtemperatuur nu tussen de 24 en 26 graden.

3.     Na 1,5 uur sla je het deeg om, dat gaat als volgt:

·      Leg je deeg op je licht bebloemde werkblad en duw het voorzichtig wat plat in een rechthoekige vorm.

·      Pak de bovenkant van de rechthoek (schrapertje helpt) en breng die naar je toe.

·      De onderkant van de rechthoek vouw je van je af.

·      Dan draai je je deeg een kwartslag en herhaal deze handeling. Doe dit nog een keer.

·      Het doel van deze bewerking is spanning in het deeg te brengen, meer correct, de gluten in dezelfde richting zetten. Het is vergelijkbaar met stretch en fold. Het beschrijven van dit proces is lastiger dan het doen, eenmaal gezien heb je het zo onder de knie.


Vormen (dag 1)

1.     Na het omslaan, zet je je deeg een uurtje afgedekt in de koelkast.

2.     Haal je deeg uit de koelkast en laat 10 tot 15 minuten acclimatiseren op kamertemperatuur, dit voorkomt scheuren bij het (voor)vormen. We gaan het deeg eerst voorvormen en omdat we het eenvoudig houden kiezen we voor een rond brood of boule.

3.     Leg je deeg met de ronde kant boven op je werkblad plaats je handen bovenop het deeg en begin het te draaien. Geef een klein beetje druk naar beneden en werk snel (anders gaat het deeg aan je handen plakken). Je deeg moet wel een beetje vastplakken aan je werkblad.

4.     Nu beweeg je je handen meer richting de onderkant van je deeg waar je je deeg een beetje instopt. Wederom als je het ziet dan is het opbollen eenvoudig.

5.     Na een korte rust van 15 minuten doe je nog een keer hetzelfde (opbollen). Het opbollen moet spanning in het deeg brengen. Online zijn diverse andere technieken beschikbaar mocht je daar interesse in hebben. Het doel is het versterken van de vorm en kracht van je deeg.

Rust (dag 1)

1.     Nu pak je je mandje dat je net als je deeg goed met tarwebloem bestrooid, kan ook rijstebloem of een meelmix zijn, bestrooid

2.     Plaats het deeg met de bolle kant onder, dek af met een (thee)doek en plaats tot de volgende ochtend in je koelkast.

Bakken (dag 2)

Op zaterdag kun je dat mandje op ieder gewenst moment uit de koelkast halen om het broodje te bakken. Dat kan zijn na 12 uur of na 20 uur, maakt niet uit. Het afbakken kent wat varianten. Op de vloer in een bakkersoven is de top. Ook mooi is een steen in je eigen oven, vooropgesteld dat je voor voldoende vochtigheid kunt zorgen. Ook een hele mooie oplossing is een broodpan. Gebruik je een broodpan, dan is de procedure:

1.     Verwarm de oven voor op 240/250 O C met de pan erin.

2.     Haal de pan (voorzichtig) uit de oven en plaats je deeg, met de bolle kan boven, in de pan. Een bakpapier op het aanrecht en je deeg daar op leggen is heel handig. Je pakt het bakpapier op en plaatst dat in de pan.

3.     In beide gevallen wel een mooie snede (score) maken, met een zeer scherp (scheer-)mesje het brood je handtekening geven. Maak een snede van ongeveer een cm diep van oor tot oor of bijvoorbeeld een kruis.

4.     De baktijd is afhankelijk van je oven. Een goede richtlijn is tussen de 35 en 40 minuten. Na 20-25 minuten haal je de deksel van de pan en verlaag je de temperatuur naar 210/220 O C. Totaal 35-45 minuten tot korst diep goudbruin is met een interne temperatuur van 94-98 O C als je meet.

5.     Laat je brood minstens een uur afkoelen op een rooster voor de beste kruimstructuur.

Tot slot

Experimenteer, pas hydratatie, temperatuur en rusttijd aan je smaak, je meel en je voortschrijdende inzichten. Dit is de start van je zuurdesem avontuur.

Bewaren

Zuurdesembrood kun je het beste in een broodzak bewaren, zo blijft het blijft enkele dagen goed. Je kunt zuurdesembrood ook goed invriezen waardoor je na het ontdooien weer van een hele verse snee zuurdesembrood kunt genieten.


ZUURDESEM STARTER DROGEN EN REACTIVEREN

🥖 Zuurdesemstarter drogen is een effectieve methode om de starter maanden tot jaren te bewaren door een dunne laag actieve desem op bakpapier te smeren en aan de lucht te laten drogen tot het bros is. Eenmaal volledig droog, verpulver je de resten en bewaar je ze in een luchtdichte verpakking.


Wat heb je nodig om starter te drogen?

-       Actieve zuurdesemstarter

-       Bakpapier of siliconenmat en Spatel

-       Schone, droge plek

Stappen Starter Drogen

-       Starter voeden. Zorg dat je starter actief is: net gevoed en goed bubbelend, meestal 4–8 uur na voeden.

-       Dun uitstrijken. Smeer een dunne laag starter uit op bakpapier of een siliconenmatje (± 1–2 mm).

-       Drogen. Laat op kamertemperatuur drogen, uit direct zonlicht. ⏱️ Dit duurt meestal 12–48 uur afhankelijk van luchtvochtigheid.

-       Verkruimelen (breken in vlokken). Als de starter volledig droog en bros is, breek je hem in kleine stukjes of maal je hem grof tot poeder.

-       Bewaren. Stop de vlokken in een luchtdichte pot, zakje of buisje. 📅 Houdbaar: minimaal 6–12 maanden op een koele, droge plek (langer in de vriezer).

Stappen Starter Reactiveren en Voeden 🔄

Activeren. Het activeren van een gedroogde zuurdesemstarter is een proces van enkele dagen waarbij je de slapende gisten en bacteriën voorzichtig "wakker" maakt met water en bloem.

-       Meng ± 10 g gedroogde starter met 10–20 g lauwwarm water (ca. 27-30°C) in een schoon glas.

-       Laat 1 tot 2 uur staan (weken) tot de korrels, vlokken zijn opgelost.

-        Voeg 20 g bloem toe en goed mengen tot een dikke pap. Dek het glas losjes af en 6-12 uur op een warme plek laten staan. Voed daarna zoals normaal (1–2 dagen tot actief).

Voeden. Wanneer je de zuurdesemstarter niet nodig hebt, kun je hem in de koelkast bewaren. De goede bacteriën in de zuurdesem hebben af en toe honger en willen dan gevoed worden.

-       Zuurdesem voeden (verversen) doe je door gelijke delen bloem/meel en water toe te voegen aan je starter, meestal in een 1:1:1 verhouding (bijv. 50g starter, 50g meel, 50g water). Doe dit dagelijks op het aanrecht bij veel bakken, of wekelijks in de koelkast om de starter in leven te houden. Gebruik tarwebloem of roggemeel/tarwe volkorenmeel voor meer kracht.

-       Goed roeren en vervolgens weer in de koelkast zetten. Leg de deksel losjes op het potje, zodat het potje niet breekt als er bubbels ontstaan.

Weggooien: Verwijder eerst het grootste deel van je starter en houd ongeveer 25-50 gram over, voeg dan de nieuwe meel/water toe. Dit voorkomt een overvloed aan desem. Je kunt dit deel natuurlijk ook drogen voor later gebruik.

Tot slot

1.      Temperatuur: De ideale temperatuur ligt tussen de 24°C en 26°C. Hoe kouder de omgeving, hoe langer het proces duurt van drogen en reactiveren.

2.      Waterkwaliteit:  Gebruik bij voorkeur gefilterd water of laat kraanwater even staan om chloor te laten vervliegen, wat de gisten kan remmen.

3.      Zie ook: onze recepten over zuurdesem starter maken en zuurdesembrood bakken